Loon- en arbeidsvoorwaarden

Welk arbeidsrecht geldt voor mij?

Wat?

Het arbeidsrecht is het recht dat de verhouding tussen werkgever en werknemer regelt (zelfstandigen en ambtenaren met ambtenarenstatuut vallen in principe niet hieronder).

Hoe?

Het Verdrag van Rome bepaalt dat partijen in de arbeidsovereenkomst kunnen vastleggen welk arbeidsrecht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst.

Twee situaties kunnen zich dus voordoen: ofwel hebben de partijen een toepasselijk recht bepaald in de arbeidsovereenkomst, ofwel niet.

Maken de partijen gebruik van hun keuzevrijheid (ze duiden zelf een toepasselijk arbeidsrecht aan) dan is dat wel beperkt. Want een werknemer kan nooit afstand doen van de bescherming die de dwingende bepalingen van het recht voorzien (bijv. recht op minimumloon). De werknemer heeft met andere woorden altijd recht op de gunstigste bepalingen, ook als deze anders zijn dan die van het recht dat aangeduid werd.

Hebben partijen geen toepasselijk arbeidsrecht gekozen, dan geldt het volgende:

  • Als de werknemer in 1 land werkt, geldt het arbeidsrecht van dat land.
  • Werkt de werknemer in verschillende landen, dan geldt het arbeidsrecht van het land waarin de werkgever gevestigd is.

Maar als uit de concrete omstandigheden blijkt dat de werknemer nauwere banden heeft met een ander land, dan gelden de regels van dat land.

De Verordening (EG) nr. 44/2001 regelt o.a. de rechterlijke bevoegdheden bij conflicten over het toepasselijke arbeidsrecht.

Hoe ziet mijn arbeidsovereenkomst eruit?

Wat?

Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen werknemer en werkgever, waarin de werknemer zich tegenover de werkgever verbindt om tegen loon en onder gezag van de werkgever arbeid te verrichten.

Voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moeten vier elementen aanwezig zijn:

  • een overeenkomst;
  • arbeid;
  • loon;
  • en gezag (band van ondergeschiktheid).

Er is een arbeidsovereenkomst van zodra deze vier elementen in de feiten aanwezig zijn, er is geen arbeidsovereenkomst als één of meer van die elementen ontbreken.

Soorten

De Arbeidsovereenkomstenwet voorziet verschillende soorten arbeidsovereenkomsten:

volgens de aard van het werk: handen- of hoofdarbeid (arbeiders of bedienden);

volgens de duur: onbepaalde of bepaalde duur;

volgens de omvang: voltijds of deeltijds.

U hebt ook nog vervangingsovereenkomsten of overeenkomsten voor een duidelijk omschreven werk.

Hoe?

U kunt een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur mondeling of schriftelijk met uw werkgever afsluiten. Een schriftelijke arbeidsovereenkomst biedt u uiteraard meer zekerheid.

Spreekt u de overeenkomst schriftelijk af, dan is het duidelijk wat de rechten en plichten voor u en uw werkgever zijn. In het contract moeten o.a. de begindatum, het loon en het aantal uren dat u werkt staan.

Alle andere overeenkomsten moet u schriftelijk afsluiten.

Hoeveel verdien ik?

Waar?

Voor verdere informatie of met problemen kunt u terecht bij uw vakbond.

Wat?

De hoogte van uw loon bepaalt u in overleg met uw werkgever. Dit wordt meestal vastgelegd in uw arbeidsovereenkomst of in uw cao. U hebt minstens recht op het wettelijke minimumloon.

Hoe?

U bepaalt de hoogte van uw loon in overleg met uw werkgever.

Begrippen

  • Loonbeschermingswet (zie hierboven)
  • CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst: voor het bedrijf of in de bedrijfstak waarin u werkt kan een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) gelden. Als er een cao geldt, staat meestal in de arbeidsovereenkomst welke cao dat is. In een cao staan afspraken over arbeidsvoorwaarden voor grotere groepen werknemers. Bijvoorbeeld over salaris, overwerk, werktijden, opzegtermijn en pensioen. Ook afspraken over kinderopvang en opleiding kunt u in een cao vinden. De afspraken in uw arbeidsovereenkomst mogen niet tegen de cao ingaan.
  • GGMMI: Gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen

Op hoeveel vakantie en vakantiegeld heb ik recht?

Wat?

Als u in de privésector werkt, hebt u recht op een aantal dagen vakantie in verhouding tot het aantal dagen dat u in het voorgaande jaar (vakantiedienstjaar) hebt gewerkt. Werkte u een volledig jaar, dan hebt u in het vakantiejaar recht op:

  • 20 dagen vakantie voor een vijfdagenweek;
  • 24 dagen vakantie voor een zesdagenweek.

Dit zijn de wettelijke minima. Veel werknemers hebben meer vakantiedagen. Dit hangt af van wat er in de cao of in uw arbeidsovereenkomst staat. Bepaalde niet gewerkte dagen worden gelijkgesteld met effectief gewerkte dagen en tellen ook mee. Het gaat over dagen waarop u bijvoorbeeld met bevallingsrust was, ziek viel, of vakantiedagen opnam.

Deeltijdse werknemers hebben natuurlijk ook recht op vakantie, in verhouding tot hun werkprestaties. Werkte u vorig jaar halftijds, dan hebt u dit jaar maar recht op 10 dagen.

Het vakantiegeld verschilt naargelang uw statuut:

  • Voor de arbeiders, leerling-arbeiders en niet-zelfstandige kunstenaars wordt het vakantiegeld betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of door een bijzonder vakantiefonds.
  • Het vakantiegeld voor bedienden wordt rechtstreeks betaald door de werkgever. Elke vakantiedag wordt betaald als een normale loondag.

Het vakantiegeld wordt meestal in mei of juni betaald.

Hoe neem ik mijn vakantie op?

U moet uw vakantiedagen opnemen binnen de twaalf maanden die volgen op het einde van het referentiejaar. De niet-opgenomen vakantiedagen kunnen niet worden overgedragen naar het volgende jaar. U moet dus al uw vakantiedagen opnemen vóór 31 december van het vakantiejaar.

Het tijdstip waarop het verlof wordt opgenomen hangt onder meer af van de geldende cao. Als er in uw bedrijf periodes van collectief verlof voorkomen, dan zijn die van toepassing op alle werknemers. Als u het tijdstip van uw verlof vrij kunt kiezen, moet u dit in overleg met uw werkgever opnemen. De werkgever moet dus altijd zijn akkoord geven. U moet de kans krijgen minstens twee weken ononderbroken vakantie te nemen in de periode van 1 mei tot 31 oktober.

Waar?

Met vragen kunt u terecht bij: Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie www.onva-rjv.fgov.be

Uw vakbond (achterzijde ABC).

Begrippen

  • RJV: Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie
  • HVKZ: Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden

Op welke bijkomende verlofregelingen heb ik recht?

Waar?

www.werk.belgie.be,

Uw vakbond (achterkant ABC).

Wat?

België heeft verschillende bijkomende verlofregelingen:

  • pleegzorgverlof;
  • adoptieverlof;
  • moederschapsverlof;
  • ouderschapsverlof;
  • vaderschapsverlof;
  • betaald educatief verlof;
  • politiek verlof;
  • palliatief verlof;
  • tijdskrediet;
  • jeugdvakantie;
  • seniorenvakantie;

Hoe?

Uw persoonlijke situatie bepaalt of u hierop recht hebt.

Gerelateerde artikels